De door mijzelf georganiseerde yogawinterweek in Frankrijk zit er nog maar een paar dagen op, of ik reis alweer door naar een oud kuuroord in de Zwitserse bergen. De eigenaars van het hotel willen de gasten wat extra’s aanbieden en daarom mag ik yogales geven. Het sprookjesachtige hotel ligt vrij afgelegen en past zo in een Harry Potterfilm.Zowel de torentjes als de inrichting dragen bij aan dat gevoel en na een paar dagen ronddwalen heb ik nog maar een fractie van alle hoeken en gaten gezien. Ik heb een prachtige yoga- en massageruimte tot mijn beschikking en organiseer de lessen zelf. Met drie lessen per dag heb ik best een vol programma, want ik ga uiteraard ook de piste op en ik kijk ernaar uit weer eens iets nieuws te leren. Dit keer ga ik leren langlaufen, en dan zowel de klassieke wijze als de skatingtechniek: heerlijk in de natuur en hard werken. Ik maak zelfs een tocht van tweeënveertig kilometer naar het drielandenpunt met Italië (met de dag erna een verplichte rustdag in de sauna).

Voor de meeste yogi’s en yogini’s zijn de lessen een welkome verrassing en er zit een enorme variatie in de deelnemers. Er zijn ouders met kinderen voor de acroyogalessen, maar ook zeventigplussers en pubers die voor de yin yoga komen. In het begin ben ik streng: de vijfenzeventigjarige heer in overhemd en pantalon, stuur ik terug naar zijn kamer om een lange onderbroek aan te trekken, de sloffen en schoenen blijven buiten de zaal en graag op tijd komen! Gelukkig werpt dit zijn vruchten af. Er liggen al gauw elke avond keurig op tijd zo’n achttien mensen op de mat. Het merendeel heeft nog nooit iets met yoga gedaan en het is dan ook heel bijzonder om te zien dat ze elke dag terugkomen. Ook ik leer weer een hoop, want ik heb nog nooit zoveel hoeven puzzelen als met deze groepen. Ik heb mensen met zeldzame spierziekten, artrose, ernstige reproduceerbare misselijkheid, hartritmestoornissen, enzovoorts. Halverwege de tweede avond ligt het merendeel van de groep te chillen ‘in de zone’ als ik een vrouw opmerk van rond de zeventig die wat hulpeloos rondkijkt. Ik vraag haar wat ze voelt en kijk met een deken in mijn hand of ik haar kan helpen. Ze kijkt me licht geïrriteerd aan en zegt dan keihard “Ik hoor niks van wat je zegt dus ik moet alles doen door te kijken.” Een aantal mensen schrikt op uit een diepe ontspanning. Ik vraag haar – nu iets harder – of ik haar kan helpen. Maar ook dan kijkt ze mij vragend aan; ze is echt hartstikke doof. Ik spreek mijn talen aardig maar geen gebarentaal, dus ik weet het ook even niet meer. Gelukkig spreekt ze wel de taal van de aanraking.
De volgende dag is de ochtendles één grote improvisatieshow als er zowel een opa, kind van zeven en vier veertigjarige yogadames op de mat stappen: hoe ga ik het nu voor iedereen interessant maken? Mijn zelfvertrouwen helpt me: gewoon doen en in contact blijven met de mensen. Ik raak er tijdens deze weken nog meer van overtuigd dat yin yoga en wintersport – het maakt niet uit of je skiet, wandelt of snowboardt – een perfecte combinatie is. De rug, nek, bovenbenen en heupen hebben het best zwaar te verduren overdag. Dus iedereen vindt het fijn daar ’s avonds aandacht aan te geven. Als duidelijk wordt dat ik ook Thaise yogamassages en door mijzelf ontwikkelde vliegmassages geef, krijg ik het nog drukker. Hoe mooi is het om een vijfenzeventigjarige vrouw op mijn voeten te mogen dragen bij een vliegmassage! Geëmotioneerd komt ze weer met haar voeten op de grond en later vertelt ze me dat ze zich zonder meer aan me kon overgeven, dat ze dat heel bijzonder vond en dat het haar zo goed deed om op haar lichaam te vertrouwen.
Aan het einde van de week gaan de gasten naar huis en komt er een volgende groep. Afscheid nemen, iets waar ik geen held in ben. Ik ben van ze gaan houden: de stoere moeder die alleen met haar kinderen op vakantie gaat (en altijd weer zorgt dat alle handschoenen, helmen en skispullen in de bus zitten), de zevenjarige ADHD’er die zonder ouders mee komt doen met de yoga, de verlegen pubermeisjes, maar zeker ook de ouderen die een heel nieuw terrein verkennen. Bij het afscheid blijkt dat voor sommigen de lessen een duwtje in de rug zijn geweest: ‘ik wilde al langer wat met yoga doen, maar ben nu over de brug.’ Trots ben ik dat ik een rol heb bij het planten van zo’n zaadje. Mijn mini-massages zijn in goede aarde gevallen; ik gloei nog even na als ik lees dat mij ‘magische handen’ worden toegeschreven. Op de wisseldag maak ik een lange wandeling, goed voor het onthechten en om de melancholie van me af te schudden.

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

Laat een waardering achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.