Soms verbaas ik me over mijn eigen gedachten. Meestal slim, efficiënt of eigenzinnig, maar soms ook onverstandig of gewoon stom. En ze komen snel; soms te snel. Recent had ik zo’n gedachte waar ik met verwondering op terugkeek. Ik weet dat ik mijn gedachten niet ben, maar soms lijkt het alsof ze een couppoging plegen. Maar dan zijn zij het ook weer die me vertellen dat zo’n couppoging zinloos is en dat ik stand zal houden. In het hier en nu zijn en ademen helpt. De gebeurtenissen van vandaag leverden veel oefenmateriaal voor deze praktijkcursus.

Via Booking.com had ik een home stay uitgekozen in Kuala Lumpur. Het huis ligt redelijk ver van het openbaar vervoer en omdat mijn vlucht naar Flores heel vroeg zou vertrekken, dacht ik de volgende dag ’s avonds laat al naar de luchthaven te gaan. Dat was dus dat onzalige plan dat ik tijdig heb gewijzigd. Op advies van de dochter des huizes blijf ik namelijk twee nachten en bestel ik een Grabcar – een soort lokale Uber – naar de luchthaven. Na een rit van een uur kom ik ruim op tijd aan; ik print mijn instapkaart en ga door alle checks. Ik blijk toch wat slaperig na vijf onrustige uren in bed. Pas echt wakker word ik als blijkt dat niemand om me heen met koffers zeult. Kennelijk had ik mijn bagage al moeten afgeven. Ach, mijn rugzak is niet heel groot, ik heb geen groot mes of grote hoeveelheden vloeistof bij me. Dat komt vast goed.

Bij de gate blijkt de vlucht anderhalf uur vertraagd. De twee uur overstaptijd wordt dus gereduceerd tot een half uur. De grondbemanning van Air Asia zegt niks te kunnen doen want mijn aansluitende vlucht is met een andere luchtvaartmaatschappij. Kiwi.com, waar ik geboekt heb, is niet te bereiken. Ik word heen en weer getjoept tussen angst en zorgen en gelatenheid, want ik kan er toch niks aan doen. Of wel? Ik ga nog maar eens naar de balie. De jongen van Air Asia is vriendelijk en doet zijn best. Er wordt geregeld dat ik bij de uitgang van de kist zit en dat er op Bali iemand op mij wacht om me zo snel mogelijk naar de migrasie te brengen en daarna naar de vertrekhal. Eenmaal in het vliegtuig blijkt het toch anders, want “er is geen grondbemanning in Denpasar”…

De vertraging is inmiddels zo opgelopen dat de aankomsttijd van de eerste vlucht precies gelijk is aan de vertrektijd van mijn aansluiting. Er is nog een vlucht vanaf Denpasar, een ruim half uur later, met een andere luchtvaartmaatschappij. In die kist zal lief W. zitten, met hem ga ik twee weken op Flores doorbrengen. We gaan het zien. Ik ben blij dat ik mijn bagage bij me heb. Ik slinger tussen zorg en angst, gelatenheid en gedachten als ‘ik leef en ben gezond, wie weet stort die aansluitende vlucht wel neer.’ Mijn nagels en nagelriemen zijn sinds lange tijd weer aantrekkelijk kluifmateriaal. In het ergste geval heb ik twintig uur vertraging en hang ik rond op de luchthaven van Denpasar; er zijn morgen in elk geval drie vluchten. Dan zijn mijn nagels ineens niet meer aantrekkelijk. Schrijven helpt ook, dus wat jij nu leest is mijn therapie in het vliegtuig. Wel heel jammer, ik had me er zo op verheugd om lief W. weer te zien vandaag. Wat een luxeprobleem, ik kan gewoon elke vlucht nemen die ik wil! Dit verhaal hou ik lekker voor mezelf!

Irritante agendameldingen verschijnen op mijn iPad-scherm: “nu: vlucht naar Labuan Bajo”. We maken ons klaar voor de landing op Bali, dus ik maak me klaar voor een race tegen de klok. De bemanning checkt direct als we geland zijn hoe de vertrekkende vlucht ervoor staat. “Not left yet” is de uitkomst. Hard rennen dan maar. Het is een heel eind lopen naar de migrasie. Met rugzak achterop en rugzakje voorop met mijn guitalele erin sprint ik de gangen door. Dat gaat best aardig in zo’n geairconditioneerde hal. De domestic departures blijkt even later ‘natuurlijke airco’ te hebben. Dat betekent dus ineens twintig graden warmer en dertig procent vochtiger. Maar zelfs daar hou ik het vol. Een korte stop om mijn visum on arrival te krijgen. Mijn cursus lief lachen deel drie werpt zijn vruchten af. Zowel Westerse toeristen als Indonesiërs, maar vooral de beambten, helpen mee om me zo snel mogelijk overal langs te loodsen: “Connecting flight” en een beetje buiten adem (okay, ik denk inmiddels ook een erg rood hoofd) helpen alle mee.

Ik ben inmiddels bij de incheckbalie van WingsAir, ze zijn wat verrast maar vertellen me dat ik nog een kwartier tijd heb, dus dat moet lukken. Bij de beveiliging doen ze niet moeilijk over het water in mijn tas, maar wel over het plastic KLM-mes dat ik overal mee naartoe neem en over mijn nagelknippertje. Die moeten ingecheckt. Als ze zien hoeveel tijd er nog is, verandert de strategie en blijkt een veiligheidsdame bereid met me mee te gaan naar de gate. Daar krijg ik een bewijsje en bij aankomst krijg ik het knippertje dan weer terug. Zo lief, en vooral dat ze meerent op haar nette hakschoentjes.

Tijdens onze run door de vertrekhal zie ik uit mijn ooghoeken een bekend postuur: “lief”, roep ik “ik ga het redden!” Hij kijkt net zo verdwaasd als verbaasd. Samen met de dame van de veiligheidschecks ren ik nog even door om bij de gate te horen dat het nog tien minuten duurt voor we vertrekken. Ik stuur lief W. een bericht en hij komt naar me toe. Kunnen we elkaar nog even vasthouden voor ik weer de lucht in ga. Als we elkaar omhelzen, verschijnt het icoontje uit de trein in Kuala Lumpur voor mijn geestesoog: behalve eten en dingen stuk maken, mag je daar namelijk ook niet lief doen tegen elkaar. Van schrik laat ik hem los. Maar ik ga het redden en vanavond op Flores zijn we bij elkaar. Ik ben blij. Het liefst wil ik nu allemaal hoofdletters en uitroeptekens gebruiken, maar dan is het veel minder spannend om dit verhaal te lezen. Dus ja, ervan uitgaande dat het vliegtuig waar ik nu in zit niet neerstort, is de moraal van het verhaal dat het soms goed is om met een slaperig hoofd je bagage niet in te checken. Als ik mijn tas tussendoor had moeten ophalen, had ik het zeker niet gered. En de tweede les is dat je heel veel mee kunt maken met je gedachten. Ik kan er een hele dag zoet mee zijn. Dan kan ik er maar beter gewoon plezier van hebben (en ze niet al te serieus nemen). Overigens: als ik wel neerstort en iemand vindt deze tekst, dan is het ook duidelijk: niet te hard rennen als je een rugzak op je rug hebt.

 

Laat een waardering achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.