Een verhaal over omgaan met teleurstellingen en verwachtingen, flexibiliteit en inventiviteit en het menselijk adaptief vermogen

 

Niet alleen brommer Teun heeft wat beperkingen, maar ook Koosje heeft een gebruiksaanwijzing. Ze heeft bijvoorbeeld een uitgewoond contactslot. De verhuurder heeft ons gewaarschuwd dat we de sleutel er tijdens het rijden altijd uit moeten halen. Helaas raakt S. toch een keer de sleutel kwijt. Koosje kan niet meer uit en ook de buddyseat kan niet open (we kunnen dus ook niet tanken). We rijden dertig kilometer terug naar de grot die we onderweg bezochten maar zien nergens de knalgroene knuffelsleutelhanger liggen. We leren bij zeer behulpzame garagemedewerkers langs de kant van de weg hoe de motor uit kan zonder sleutel; een vernuftig trucje waarbij de benzinetoevoer iets wordt afgeknepen met een schroevendraaier en ik daarna met een grote dot gas en het openzetten van de choke de motor uitkrijg. Ik mag met de lege tank kijken of we de volgende stad halen. En dat lukt. In Kum Yuan wordt (wederom door zeer behulpzame garagemedewerkers) het kontje van Koos behendig verwijderd zodat de buddyseat open kan en er benzine in kan. Elke dag ontdekken we nieuwe modules in deze leerwerkvakantie. Ik heb al twee praktijkopdrachten legetankrijden gedaan. Liefje S. is twee keer sleutels kwijtgeraakt en leert daarbij vooral in het nu blijven, oplossingsgericht zijn, en niet klagen en zeuren. Ook legt ze het examen schakelbrommerrijden met vlag en wimpel af. De wegen zijn goed in Thailand, maar we rijden in de bergen, er zijn veel bochten en soms ook gaten in de weg.  Op het traject Pai-Chiang Mai, onze een-na-laatste etappe, rijden we zonder blikken of blozen meer dan zevenhonderd bochten op één dag!

Op kerstavond arriveren we in Mae Hong Son, volgens de reisgids niet zo populair bij westerse toeristen maar wel bij de Thai. Ik ben meteen verliefd: een kleine stad met een meertje waaromheen alles gebeurt. Groot genoeg voor een nightmarket waar ik alles kan eten wat ik me kan wensen. En omdat er weinig blanken zijn, hebben we veel contact met de Thai en worden we spontaan uitgenodigd aan te schuiven bij een tafeltje aan het meer waar ieder zijn op de nightmarket gekochte gerechten opeet. Dit deel van Thailand heeft Christelijke wortels, al dan niet vermengd met traditionele animistische religies. We vallen met onze neus in de boter, want vanavond is het ‘small world festival’ waar alle scholen in een omtrek van ten minste honderd kilometer zich presenteren met zang, dans en kostuums op het podium, en met zelfgemaakte etenswaar en hebbedingen bij de standjes rondom het meer.

Vijfentwintig december blijkt geen feestdag, dus de volgende dag hebben wij ‘another day at the office’. Om acht uur staan we bij de pasfotomevrouw want we willen ons visum verlengen. We maken kopietjes van ons paspoort en gaan door naar het migratiekantoor. Het kantoor gaat net open, maar vier Birmezen zijn ons voor. Ze waarschuwen dat het wel even duurt met hun werkvisa. Er zijn twee loketten en om een duistere reden gaat vrijwel iedereen voor bij loket één maar moeten wij bij loket twee zijn. S. gaat mediteren op de heuvel en ik laat het proces gelaten over me heen komen. Dat merk ik vooral als ik naar het gemopper en de verontwaardiging luister van een Zuid-Afrikaan en een oude Engelsman die ook bij loket twee moeten zijn. Het is een prachtige dag – eindelijk komt de temperatuur boven de twintig graden uit – en we hebben vanaf hier mooi uitzicht over de stad.Ik ga genieten van hier-zijn en niet te veel focussen op het feit dat ik aan het wachten ben. Als we na tweeënhalf uur klaar zijn, wisselen we Teun om voor Koos en gaan we naar de enige sleutelmaker in de stad. Voor slechts honderdvijftig baht krijgt Koos een nieuwe sleutel en wordt ze opnieuw afgesteld zodat ze stationair blijft lopen. Een fluitje van een cent.

Vervolgens ga ik op travellerchecksinwisselspeurtocht. Mijn Postbankchecks uit 2001 worden tegenwoordig kennelijk alleen na een computergestuurde controle ingewisseld. De eerste bank zou het wel moeten kunnen, maar ‘computer says no’. Na ruim een uur lukt het me bij de vierde bank wel en ik ben opgelucht dat ik eindelijk van die dingen af ben. Met Koosje rijden we door naar de hot springs. We hebben voor het eerst een echt relaxmiddagje. We zijn de enigen in het warme water, de zon schijnt en we blijven voor het eerst sinds de start van de roadtrip twee nachten op dezelfde plek. Wat een genot en wat went het ook weer snel dat genot.

We handelen nog diverse modules af van ons leerwerktraject. Zo wil de startmotor van Koosje het niet meer doen nadat ze is omgevallen en hebben we de hele dag regen op het traject Ban Rak Thai – Pai. Mijn nieuwe rugzak blijkt niet in de minste mate waterafstotend en ik ben blij met mijn plasticzakjesfetish; vrijwel alles zit in plastic. De tocht op de natte, bochtige weg is spannend en de adrenaline stuwt door mijn lijf als ik in mijn spiegel zie dat liefje S. onderuit is gegaan. Ik zet Koos langs de kant en ren naar boven, maar S. staat alweer. Gelukkig, alleen wat krasjes op Teun, maar S. is ongedeerd. De regen zet niet door en hoewel het wederom fris is en bewolkt, zijn de laatste dagen van de trip prima om te rijden. Alsof ik nooit anders heb gedaan, rij ik Koosje met haar lekke band vanaf de ringweg van Pai naar de garage. Wat in het begin van onze rit een uitdaging leek, voerden we de laatste dagen schouderophalend uit. Moe en voldaan, vol van onze indrukken, de mooie contacten met de Thai en onze ervaringen uit het leerwerktraject, komen we na tien dagen en duizend kilometer op de teller weer aan in Chiang Mai. Tijd om uit te rusten en een en ander te verwerken.

 

Laat een waardering achter