In vierentwintig uur kan de wereld er heel anders uitzien. Mijn laatste dag Bali staat in het teken van een behandeling door de goeroe. In het hart van Ubud mag ik vier trappen op om in een tempeltje op zijn tafel te komen liggen. Hij bewerkt me van top tot teen, van voor en achter, van binnen en buiten, en dat in dertig minuten. Na afloop kan ik alleen nog ademen en huilen. Het feit dat deze oudere man met grijze baard op een massagetafel springt en over mij heen loopt om daarna haarfijn en medogenloos een aantal zeer gevoelige lymfe- en acupunctuurpunten beet te pakken, maakt dat ik het woord goeroe (waar ik altijd wat huiverig voor ben), in volle overtuiging op hem van toepassing acht. Na afloop krijg een massage van een van zijn assistenten en dat gaat er een stuk liefdevoller aan toe. Gelukkig heb ik een hele dag en een reis naar Java de gelegenheid om bij te komen van dit avontuur.

De overgang naar Java in het kort: Waar ik gister nog wakker werd van een Balinese haan, ben ik nu op een eiland waar Islamitische geestelijken hun geluidsinstallaties met elkaar laten concurreren. Een ander geluid in alle opzichten. Ik heb mijn reisroute vanaf Bali over land vervolgd om de krater en het blauwvuur van vulkaan Ijen op Java te gaan bekijken. Al bij het begin van dit reisdeel schiet ik in mijn oordelenmodus. Wierook versus kreteksigaretten: iedereen lijkt te roken op Java. De mooi versierde hindoeïstische woongemeenschappen versus de afvalhoop aan de rand van een dorp, het verfijnde eten versus de indomie en nasi goreng die ik tot nu toe op Java heb kunnen vinden. Oh ja, en had ik al gezegd dat het gemiddelde bmi van de Javaan hoger lijkt dan dat van de Balinees? In de trein worden alleen suikerdrankjes verkocht en geen water! Ik zie het al: weinig bewegen en ongezond eten. Of moet ik mijn oordeel nog maar even uitstellen?

We vertrekken om twee uur ’s nachts voor een pittige klim naar de kraterrand. Met gasmasker en goed bepakt, want het is koud hier op drieëntwintighonderd meter. Boven gekomen zien we de eerste blauwe vlammen. Na achthonderd meter dalen, staan we vlakbij het blauwvuur. Dit komt bijna nergens ter wereld voor. Het is zeker indrukwekkend; net als de vulkanische gassen die mij de adem benemen en prikken in mijn ogen. Steeds als er een grote rookpluim richting de mensenmassa trekt, haast ieder zich om zijn gezicht te bedekken. Het is heel heftig! Ik trek mijn windstopper over mijn hoofd en heb een trui tegen mijn ogen gedrukt. Overal wordt gehoest en ieder probeert zijn adem onder controle te houden. Langzaam wordt het stiller. Als ik mijn hoofd uit mijn windstopper steek, blijken we nog steeds in de rook te zitten. Een man of zestig zit muisstil te wachten. De natuur is meedogenloos. In de totale stilte gaat er een mobieltje af en de surrealistische scène is compleet.

Wat voor mij een positieve verrassing is, is dat ik hier te midden sta van vooral lokale toeristen. Ook dat is een hele overgang als ik het vergelijk met een bezoek aan een tempel of waterval op Bali. Er komen hier gemiddeld zevenhonderdvijftig toeristen per weekenddag. Dat gaan ze nooit redden, denk ik nog. En ik stel mijn oordeel maar weer uit. Niet iedereen daalt af (gelukkig maar, dat had niet gekund op het smalle paadje), maar iedereen komt uiteindelijk boven. Ook die stevige mama op plastic sandaaltjes. En dan steken de mannen bij elke stop ook nog een sigaret op. Respect! Na afloop van het kratermeer rijden we langs koffieplantages, een koffiefabriek, waterval en hotsprings met groen water. Die sla ik over. De kleur van mijn zilveren ringen (zwart) en de verkleuring op mijn broek (rood is een soort blauwzwart geworden op de plek waar ik contact heb gehad met het gesteente) zegt me dat ik aan mijn lifetimetax-sulphurinname zit. En dan te bedenken dat de werkers, slechts beschermd door een mondkapje, dagelijks drie keer op en neer gaan in de krater om uiteindelijk tweehonderd kilo vulkanisch gesteente met hun kruiwagen naar de bewoonde wereld te brengen! Onderweg bezoek ik nog een waterval. En ook dat is volkomen anders dan op Bali. Het huisje waar in het verleden tickets werden verkocht, is wat vervallen. Er ligt overal zwerfvuil langs de route, we komen geen Westerse toeristen tegen en ik kan tot vlakbij de afgrond komen. Whow, indrukwekkend: een enorme hoeveelheid water die oorverdovend op twee meter afstand naar beneden stort. Het extraatje van deze dagtrip lijkt ongemerkt het hoogtepunt te worden. Ook doordat mijn chauffeur, die nauwelijks Engels spreekt, me vergezelt. Hij is hier nog nooit geweest, geniet zichtbaar en we hebben handen-en-voetencommunicatie over koffiestruiken, mango- en avocadobomen. De dag verloopt anders dan ik had verwacht en ik denk aan een uitspraak van mijn andere goeroe, Sri Sri Ravi Shankar: Expectations reduce the joy. Meer daarover in een volgend verhaal.

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave

Laat een waardering achter

  1. Marjo van Lakerveld

    Ha die Suus. Ook ik heb met Paul zulk soort ervaren. Je beschrijft het en ik proef het.!!
    Geweldig. Ga door ik volg je graag in je volgende verhaal.
    Leuk je hier te treffen overigens ‍♀️

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.