Na een kort nachtje van ‘economy-comfort’ te hebben genoten, komen Wil en ik aan in Osaka. Om 8:35 uur landt de kist en om 9.45 uur zitten we in de trein. Niet eerder had ik zo’n efficiënte  aankomst met diverse controles, stempels en vingerafdrukken, snuffelende honden, pinnen en de aankoop van een ov-kaart voor deze provincie. We stappen naar buiten en het is heet. En vochtig. Roos had mij bij vertrek al iets gezegd over een hittegolf in Japan maar toen richtte ik me nog op de wateroverlast van een week eerder en pakte ik drie regencapes en goede schoenen in. Het is veel warmer dan ik me herinner van Thailand en Indonesië. Als ik later in de week bij mensen thuis slaap, hoor ik dat het klimaat inderdaad ontregeld is: de laatste maanden waren er een flinke aardbeving in Osaka, landverschuivingen en ernstige wateroverlast in onder andere Hiroshima en nu dus de hittegolf. De autoriteiten raden aan om alleen naar buiten te gaan als het strikt noodzakelijk is. Ik ben blij dat ik dat pas hoor nadat ik vier dagen op sjouw ben geweest en heb kunnen wennen aan de hitte. De eerste dagen word ik er zo sloom van dat ik niet meer goed kan denken en lezen. En het bizarre is dat van de vier openbare toiletten die ik de eerste dag bezoek, er twee een verwarmde bril hebben! En met alleen een Japanse instructie krijg ik de verwarming niet uit. Het enige verkoelende is de bidetfunctie en die kun je tot op de millimeter nauwkeurig instellen: waar wil je de straal hebben en hoe hard moet hij zijn? Ik denk dat een gemiddeld toilet tien knopjes op het display heeft, desinfectie, blowen, spoelen et cetera.

Omdat we zo snel mogelijk door de jetlag heen willen, gaan we meteen op stap. Omhoog in een soort arc de triomphe voor het indrukwekkende uitzicht, sushi eten op de bovenste etage van een elektronica-warenhuis, kasteel bezoeken en een tempel meepikken. We dwingen onszelf te drinken (zelfs daarvoor is het bijna te warm). Vingers en voeten zijn opgezet en we proberen het hoofd koel te houden met een koud lapje. Dat is hier heel normaal: mensen hebben een handdoek in hun nek en vegen daarmee zweet van hun voorhoofd. Dat mag echter niet met je mouw, net zo min als het toegestaan is je neus te snuiten in het openbaar, hard te niezen of op je nagels te bijten. Ook oversteken buiten een zebrapad en eten in het openbaar mag niet. Maar dat doet men dan wel weer in het theater. Ons bezoek aan het theater wordt onverwachts een waar cultureel-sociologisch uitstapje. Het is gelukkig toegestaan dat bezoekers slechts een of twee akten bezoeken van de Kabuki-voorstelling, want de vier uur durende voorstelling, exclusief twee pauzes, is geen kattenpis. Heel grappig hoe iedereen in de pauzes de sushi- en bentoboxen tevoorschijn haalt en op een rijtje in de zaal of in de gang het eten nuttigt. Ongeveer een kwart van de dames is traditioneel gekleed, waarvan een groot deel echt op zijn geisha’s, met een zijden gewaad met daarin een opgerold ‘kleedje’ in de rug, witte sokken en dan een teenslipper met een verhoogde zool en hak. En iedereen zit in de make-up en pancake. Ook buiten het theater. Logisch dus dat ik bij het passen van kleding een voile over mijn gezicht moet doen om de kleding schoon te houden.
Japan is echt anders. Anders dan wat? Het is natuurlijk ontwikkeld en het lijkt op het Westen maar op sommige fronten kan ik mijn verbazing maar net de baas. De bewegwijzering bijvoorbeeld. Trek maar een blik ergonomen open…Vlot de weg vinden is heel lastig en ik las vanmiddag dat het voor Japanners ook moeilijk is, in elk geval in Osaka. Het was vandaag ook voor het eerst dat Wil een metrostation eerder had gevonden op de kaart dan ik. Dyslecten zijn in het voordeel omdat ze zo nu en dan met kleuren werken in plaats van met namen of nummers. Verder zijn er overal openbare toiletten, maar nergens vuilnisbakken (zelfs niet in of bij dat openbare toilet). Om de drie hoeken staat er een drankjesautomaat (met afvalbak, maar alleen voor blikjes en lege petflesjes) en een automaat met van die speelgoedballen erin. En dan niet twee of drie verschillende, nee, soms is het een stellage van tien automaten lang en drie hoog. Je kunt dan kiezen voor plastic speelgoedjes, kattenknuffeltjes (zielig he, zo opgepropt in een balletje met een doorsnee van een centimeter of zeven) of bijvoorbeeld lapjes om je zweet mee af te vegen. En het eten! Ik had gedacht overal groenten en dingen met zeewier te kunnen krijgen maar -in elk geval in deze regio- is het allemaal vlees dat de klok staat. Als ik in Osaka zoek op ‘vegetarian  restaurant’ meldt Google dat hij dat niet kan vinden. En als we uit eten gaan rond acht uur ‘s avonds is alles uitgestorven; iedereen eet hier vroeg. In de supermarkt kijken we onze ogen uit. Allerlei geleiachtige substanties, ondefinieerbare koekjes, bakjes vloeistof met sliertjes erin (bleek zeewier met zuur en was heel lekker) en veel maaltijdboxen, al dan niet sushi. Met de lonely planet in de hand en soms een Engels sprekende supermarktbezoeker die te hulp schiet, kom ik een eind. Het is in elk geval een goede oefening in geduld: stel een vraag en je bent voorlopig nog niet weg.

Tot slot (voorlopig;-) is iedereen heel gedisciplineerd en verzorgd. Het lijkt of hier nooit iemand zijn humeur verliest. Het is strafbaar om vuil achter te laten en ik denk ook echt dat je hiervoor beboet wordt. Bij een kruispunt staan twee mannen die zodra het licht op groen springt, een stap naar voren doen en met hun verkeersbordje voorkomen dat een voetganger net buiten het zebrapad zou oversteken. Ik heb al gedroomd dat ik ergens voor beboet werd, dus ik ben benieuwd of ik mezelf in het gareel kan houden.

Laat een waardering achter

  1. Maarten Mathon

    Ha Suus,

    na je enthousiaste verhaal bij het koffie apparaat op de Elandsgracht lees ik nu je blog. Lekker vlot geschreven en met je eigen indrukken. Wat het extra leuk maakt te lezen is dat ik je ken als vakgenoot en nu meegeniet van de levensgenieter die je ook bent. Ik lees graag meer!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.