Zoals veel kruiden in Nederland met de letter k beginnen, beginnen hier veel plaatsnamen met diezelfde letter. Een andere taalkundige opvaller: Kyoto en Tokyo hebben precies dezelfde letters en Kyoto is vroeger de hoofdstad geweest van Japan. Zou dat toeval zijn? Zoveel vreemde dingen hier; ik kan alleen al een heel verhaal schrijven over de toiletten. In mijn vorige verhaal had ik het al over de diverse functies, waaronder wassen en drogen, maar er is ook vrijwel altijd de optie tot ‘privacy’, hetgeen inhoudt dat er geluid wordt afgespeeld van kabbelend water terwijl je je behoefte doet. Er is een toilet op elke hoek van de straat en dat is dan ook nog heel schoon met in driehoekige vorm gevouwen eindes van de toiletrollen. En een briefje dat je geen wc-papier mag meenemen en geen afval mag achterlaten. Maar misschien zijn die briefjes alleen in het Engels…

Japanners buigen veel, en niet alleen met het hoofd, maar meer vanuit de heupen, met een rechte rug. Toen we vandaag door de bergen reden (we hebben in Kanazawa een auto gehuurd, ze is rood en klein en heet Emma) en er prompt een hek op de weg stond met een teken dat we niet verder konden, ging ik – nadat we tien kilometer terug waren gereden – bij een stuwdam met een kantoor vragen hoe we aan de andere kant konden komen. Eerst keek de enige aanwezige erg verrast dat er zomaar iemand het kantoor binnenliep en nadat ik met de app Translator had duidelijk gemaakt waar wij mee zaten, legde hij uit dat we helemaal terug moesten en flink om moesten rijden. Het speet de meneer heel erg en hij bleef maar buigen en mij uitzwaaien. Ook vreemd: ze zeggen dat ze geen Engels spreken maar doen het dan stiekem toch.

Tot nu toe voelt Japan als een werkvakantie: er is zoveel te doen en te zien en we hadden de eerste week alle guesthouses van tevoren geboekt omdat we hadden gehoord dat, zeker in het hoogseizoen, alles snel vol zit. Het kaartlezen is soms een enorme puzzel: in Kyoto hadden we zo’n acht kaarten: met de buslijnen, de wijk, de stad, een met de highlights, voor het fietsen, et cetera. Na twee dagen fietsen in negenendertig graden had ik overigens wel zadelpijn opgelopen. Het was dan ook heel fijn dat het guesthouse waar we zaten beschikte over een Sento, een soort privé hot springs met sauna. Mannen en vrouwen zijn gescheiden en je mag er formeel niet in met tatoeage, maar verder heerlijk om het stof en de hitte van het fietsen van je af te weken. En als je je verveelt hangt er in de saunacabine een tv (!) Nu proberen we dus kaart te lezen in de auto. En links rijden. We hebben een tentje meegenomen en hebben gister al meteen aan het strand gekampeerd nadat we een acht kilometer lange weg over het strand hadden gereden.

Genoeg observaties van vreemde dingen. Wat doet Japan met mij? Er zijn drie dingen die de laatste dagen steeds terugkomen:

  1. Regels zijn regels en probeer niet altijd de logica erachter te begrijpen.
  2. Don’t try so hard.
  3. Niets zo mooi als hoe de natuur het maakt.

Wat betreft het eerste punt: ik zeg daarmee niet dat ik me altijd aan de regels houd. Of sterker nog: er is zelfs een regel die zegt dat ik me niet altijd aan de regels houd:-) In Koyasan zaten we in een Buddhistisch klooster en vanaf drie uur ‘s middags kan er daar gebruik worden gemaakt van de hot springs (er is geen douche; dit is hoe men zich wast). Kom je om vijf voor drie aan, dan moet je vijf munten wachten in je kimono terwijl er niks gedaan wordt daarbinnen… Op zich houd ik van regels maar hier zijn het er zoveel! In Kyoto bijvoorbeeld heb je allerlei wijken waar op bepaalde tijden niet gefietst mag worden: in de ene wijk niet voor negen uur savonds en in de andere niet na negen uur. Dan zijn er ook nog op de kaart aangewezen fietsparkeervakken en wee je gebeente als je je fiets elders parkeert! Bij de fushimi inari shrine (met duizenden bogen, een heel bijzonder heiligdom) had ik een mooi omheind pleintje gezien met een bord met Japanse tekens. Ik vond het een heel logische fietsparkeerplek; er zou zo kunnen staan: ‘hier uw fiets en brommer parkeren’. Bij terugkomst een uurtje later waren onze fietsen weg. Al zoekende kwam ik een ander afgesloten pleintje tegen met een Engels bordje ‘bicycle parking’; helaas stonden onze fietsen er niet tussen. Even later ontwaarde ik ze tegen de muur naast de ingang van het kantoor van de beambten. Ze stonden achter een touw. Ik had al van andere Japangangers gehoord dat dit soort akkefietsjes veel tijd in kunnen nemen met formulieren invullen en misschien wel paspoorten. We kozen eieren voor ons geld, hielden de deur in de gaten en toen een van de beambten naar buiten kwam en doelgericht ergens op afliep, pakten wij onze kans: snel fiets van het slot, over het touw heen tillen en wegrijden.

Het tweede leerpunt: we zaten al meer dan een week in een hittegolf toen we in Kyoto aankwamen. Ik wilde zwemmen en op twintig kilometer van de stad ligt het grootste meer van Japan. Wij die kant op en toen we daar aankwamen wilden we eerst lunchen. Maar regels zijn regels en we kwamen om 14:37 aan. Tot half drie kon er geluncht worden. Vier restaurants op een rij: vier keer bot, mijn cursussen lief lachen en hard proberen ten spijt. En zwemmen ging ook niet, want ik kon nergens het water in. Alle oevers waren vakkundig afgesloten voor eigenwijze Hollandse zwemmers. Één deel was zelfs met een ketting afgesloten… Uiteindelijk hebben we fantastisch geluncht met allemaal bakjes vers Japans eten uit de supermarkt: op een bankje aan het water. Niet te had mijn best doen dus, maar een beetje met de flow meegaan. Het zwemmen liet ik maar varen en we gingen terug naar Kyoto in verband met de jaarlijkse optocht met enorme praalwagens die door menskracht worden voortgetrokken: Gion Matsuri. Indrukwekkend en leuk om met je neus in de boter te vallen (we hadden dit niet gepland maar hoorden ervan in de trein). Als laatste die dag bezochten we een bekende brug en het bamboebospad. En daar kwam de les nogmaals langs. Pas toen ik het echt had losgelaten, zag ik rond zeven uur ‘s avonds, in de schemering, het meest paradijselijke zwemplekje. De rivier stroomde flink, maar in één van de bochten met een aftakking kon ik veilig het water in. Het was heerlijk verfrissend met prachtig uitzicht op de kloof en op de brug. Wil volgde snel en we  zwommen tot het donker was.

Over het derde leerpunt kan ik kort zijn: de zwemervaring in de rivier was een van de mooiste ervaringen uit Kyoto: zo mooi om de avond te zien vallen vanuit het water. En nu zie ik het licht in de Japanse Alpen: zo mooi dat het net uit een schilderij lijkt te zijn gekopieerd. Vandaag zag ik een dubbele regenboog: wie verzint nu zoiets kunstigs? Dit verhaal heb ik trouwens geschreven in de auto op het moment dat de tyfoon haar werk deed. Die dubbele regenboog was er niet voor niets. Het weer in de wereld is in de war: sommige delen van Japan kregen eerst enorme regens, twee weken later een hittegolf en nu dus die tyfoon. Wij reizen net in de juiste richting. Nara, waar we vijf dagen geleden waren, is volop door de tyfoon getroffen. Het enige waar wij last van hadden, is dat we net ons tentje wilden opzetten toen de hoosbuien begonnen. We hebben dus tot elf uur ‘s avonds in de auto zitten wachten tot het een beetje droog was. En dat werd het pas toen ik geaccepteerd had dat we in de auto zouden slapen en we bezig waren om de banken helemaal plat te leggen. Change of plan: bikini en slippers aan en snel de tent opzetten. Gelukkig bleek de tent, die we één keer eerder onder toeziend oog van mijn lieve Buuf hadden opgezet, bestand tegen de wind en de regens.

Laat een waardering achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.